Wat zegt zo’n minister?

Het is de dag na het bezoek van minister Ferd Grapperhaus aan de kamercommissie die politiezaken behandeld. In een belendende ruimte vertoefden collega’s van mij die om de één of andere reden op dit moment in onmin zijn met hun (voormalige) werkgever. Voor velen van hen is het al jaren wachten om reden van de uitbetaling van restschade in verband met een opgelopen Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Het was denk ik voor velen een dag van de waarheid, het verlossende antwoord dat zou komen, eindelijk van de vechtmodus terug kunnen keren naar rust, broodnodige rust.

Ik heb het niet live kunnen volgen maar gelukkig was er de mogelijkheid om het achteraf nog eens in alle rust te kunnen beluisteren. Ik wil jullie graag meenemen in dat wat ik hoorde en dat wat ik ervan vond.

Allereerst zijn politici goed in het ontwijken daar waar het voor de partij negatieve gevolgen kan hebben. Zo vond ik de meeste vragen die gesteld werden blijk geven van niet echt te weten waar men het over heeft. Het in algemeenheden benoemen van zaken die op de agenda staan van de betreffende partij en natuurlijk speelt het algeheel belang van de coalitie een grote rol en blijft de echte kritiek of scherpe vragen achterwege. Wat dat betreft veerde ik even op toen de woordvoerster van de VVD haar collega van GroenLinks de maat nam (ik heb geen VVD voorkeur). Ook was ik blij verrast door de stellingname van de woordvoerder van de SP die precies wist waar de schoen wringt. Ook in de interruptie bij de beantwoording door de minister waren de vragen en opmerkingen van de SP-er voldoende scherp om de minister aan het stotteren te krijgen, hij had het er even moeilijk mee. Wat dat betreft was ik toch teleurgesteld in de opstelling van de woordvoerder van het CDA, die mij inziens het meest op de hoogte is van de ellende die zich in PTSS gezinnen afspeelt, die duidelijk het de minister totaal niet moeilijk maakte. Het partijbelang van CDA (minister is ook van het CDA) stond hier kennelijk voorop.

Wat ik gek vond aan het hele debat is dat er diverse begrippen door elkaar werden gehaald. Smartengeld en Restschade zijn twee verschillende zaken en werden volgens het staande beleid ook zo behandeld. Waar het ineens vandaan komt is mij een raadsel maar er is kennelijk nieuw beleid dat maakt dat beide begrippen op één hoop worden gegooid en dat bij een restschade uitkering het smartengeld daar geheel of gedeeltelijk vanaf wordt getrokken. Dit invoeren van nieuw beleid staat in schril contrast met de handelswijze van de Politie in gesprekken met dienders in nood, daar wordt het staande beleid altijd opgevoerd als de enige mogelijkheid om tot elkaar te komen in onderhandelingen. Ik zie al weer een aantal rechtszaken in het verschiet.

Wat mij ook verbaasde was de stelligheid waarmee de minister het woord ‘zorggesprekken’ in de mond nam. Een zorggesprek geeft de illusie dat zo’n gesprek over zorg gaat maar de praktijk leert dat dit gesprekken zijn die voornamelijk bestaan uit een gesprek met als motto: “slikken of stikken”. Voorbeelden daarvan zijn er in overvloed.

Tot slot werd de minister uitgedaagd door de woordvoerder van de SP om te komen tot een einddatum waarin de lopende zaken als afgehandeld kunnen worden genoteerd. Daar durfde de minister niet een toezegging over te doen, kennelijk in de wetenschap dat prioritering in deze te wensen overlaat. Het mocht, mompelde hij, niet langer dan een jaar duren dus zullen collega’s de kans lopen dat ze volgende jaar om deze tijd hun “Zorggesprek” krijgen. En oja voor het eind van het jaar krijgt de commissie nog een technische briefing, anders gezegd, hij weet het ook niet en zal het voorleggen aan zijn ambtenaren en dan hoort u het wel.

Mijn conclusie is dat de minister het voor elkaar heeft gekregen om niets te zeggen, niets toe te zeggen en niet heeft bewogen in de richting van de collega’s met PTSS anders dan een paar zalvende woorden.

Johan 16-10-20