Voor de onwetenden

Ik ken een man, laten we hem Piet noemen, die 38 jaar bij de Politie heeft gewerkt en tijdens dat werk van alles heeft meegemaakt. Hij heeft veel gelachen maar ook gehuild en is uiteindelijk ziek geworden in zijn hoofd. Een grote biologische wond waardoor zijn geheugen niet meer zo goed werkt, zijn hormoonhuishouding naar de knoppen is, hij vaak schrikt en emotioneel is en soms agressief reageert. Hij is liever thuis dan daarbuiten en drukte mijdt hij sowieso. De nachten zijn een kwelling omdat dan juist dat wat hij wil vergeten naar voren komt in nachtmerries. De man heeft het niet makkelijk en ook zijn omgeving niet. De psychiater had er een woord voor, voor die biologische wond. PTSS of uitgeschreven een Post Traumatische Stress Stoornis.

Stress, we horen er veel over. Je kunt er een Burn Out aan overhouden en wie weet wat al nog meer. Stress doet rare dingen met je, het kan bijvoorbeeld een deel van je gedachten uitschakelen en je komt dan in een soort overlevingsstand. Alles gericht op overleven, dat is niet altijd bewust. Soms neemt je oer brein, ze noemen dat ook wel je reptielen brein, het over. Je reptielenbrein is het kleinste en oudste deel van je hersenen. Het is gebrand op maar één ding: overleven. Dit deel van je brein denkt niet na en onthoudt ook niets, het reageert instinctief en automatisch en het kent 3 standen namelijk bevriezen, vluchten of vechten.

Piet’s reptielen brein staat in de vechtmodus. Hij heeft zoveel meegemaakt dat zijn normale brein hem in de steek laat (PTSS). Piet is recalcitrant tegen zijn meerderen, lastig voor zijn collega’s, zijn gezin heeft ernstig te lijden onder zijn buien en uiteindelijk slaan de stoppen door en belandt Piet bij de GGZ.

In deze tijd van scherpe analyses en wetenschappelijke verkondigingen ontkomen we er niet aan om hieraan mee te doen. Het is niet leuk, maar om een goed beeld te krijgen van de reden waarom Piet is uitgeschakeld, een opsomming van zaken die hij heeft meegemaakt.

Nu heb ik als columnist een vervelende ervaring gehad door gedetailleerd een aantal zaken op papier te zetten dus zal ik bij deze een kale opsomming noteren en moet de lezer de plaatsjes zelf maar inkleuren. Daar gaat ie.

Twee verdronken peuters uit het water gehaald in de leeftijd van zijn eigen kinderen.

Tientallen, zeker meer dan 50, aanrijdingen behandeld waarbij één of meer ernstige gewonden waren gevallen.

Een tiental aanrijdingen behandeld waarbij in enkele gevallen zelfs meer dan vijf doden waren te betreuren.

Alle vormen van zelfdoding meegemaakt tot en met de verdrinking in een toilet.

Meegewerkt aan de oplossing van twee moorden.

Twee mensen levend zien verbranden naar aanleiding van een brand in een voertuig.

Meerdere keren ernstig te zijn bedreigd waaronder één keer met een vuurwapen.

Meerdere keren in een ernstige gewelddadige situatie terechtgekomen waarbij hijzelf veel geweld moest gebruiken om zichzelf of een collega te ontzetten (ook vuurwapen gebruik).

Diverse reanimaties gedaan soms succesvol, soms ook niet.

Twee mensenlevens gered, één keer te water en één keer een brandend pand binnen gegaan.

Er waren nog veel meer situaties die genoteerd hadden kunnen worden maar de essentie is denk ik wel duidelijk. De kruik gaat net zolang te water tot hij barst. Bij Piet was het gebeurt, de kruik was gebarsten en hij mocht zich melden bij de huisarts.

De huisarts was begripvol en zag ook wel dat het niet goed ging met Piet. Er kwam een doorverwijzing naar de GGZ. Bij onderzoek werd al snel helder dat Piet een PTSS had opgelopen binnen zijn werk. Dan volgt er de ziekmelding, de Wet Poortwachter, verplichte gesprekken met de chef en de bedrijfsarts en tenslotte het gesprek met de arts van het UWV. Piet bleek onherstelbaar beschadigd en het werk zat erop.

Piet kreeg van de Politie, omdat hij een ‘beroepsziekte’ had opgelopen een mooi bedrag en een ontslagbrief. Zo dat was gedaan.

Die laatste paar woorden ‘zo dat was gedaan’ golden voor de werkgever maar niet voor Piet. Want Piet was dan wel behandeld voor zijn trauma’s maar de restklachten bleven en met wie kon hij zijn ervaringen delen, toch alleen maar met collega’s. Helaas voor Piet, de deur van het Politiebureau was gesloten en bleef gesloten.

Misschien dat het goed is om kort wat toe te lichten aangaande het delen van ervaringen binnen de politie. Net zo goed als ik probeer om de lezer wat inzicht te geven in dat wat Piet heeft meegemaakt blijft het, als je niet zo’n zelfde ervaring hebt, een abstract gedoe. Dat wat een politieman of -vrouw ziet, voelt of ruikt is namelijk niet anders te delen dan met iemand die hetzelfde gevoel kent door ervaring.

Piet zit thuis en heeft moeite weer grip op zijn leven te krijgen. Hij doet zijn best maar hij mist de steun van zijn voormalig werkgever. De kille ontslagbrief, geen afscheid kunnen nemen van zijn collega’s en het koude in moeten leveren van zijn uniform, sleutels en legitimatiebewijs deden hem pijn. Geen woordje van dank nee helemaal niets.

Piet is een gefingeerde diender maar past nagenoeg op ruim 2500 politiemensen die de laatste jaren de dienst hebben moeten verlaten omdat ze PTSS hebben opgelopen en niet meer in staat bleken om te blijven werken. Ja, sommigen van hen hebben een afscheid gehad met een bloemetje en een handdruk maar de meesten verging het zoals het Piet verging.

Eens een diender, altijd een diender. Een uitspraak die voor allen geldt. Altijd trouw geweest aan het werk en een stap naar voren gedaan waar anderen naar achteren stapten. De klappen gehad die door twist in de maatschappij was ontstaan en waar de democratie moest worden beschermd. Natuurlijk preek ik voor eigen parochie als ik zeg dat de waardering en erkenning van politiemensen die door het werk moesten afhaken achterwege blijft. Tja soms mooie woorden voor TV of in de krant, maar waarmaken nooit. Dat is een hard gelach, zeker als je weet dat in 2011 een eerste verzoek is gegaan naar de toenmalige korpschef om een draaginsigne gewonden in het leven te roepen voor politiemensen met een beroepsziekte of voor hen die door een dienstongeval blijvend letsel hebben opgelopen. Een halfjaar geleden heb ik de korpsleiding aan dat verzoek herinnerd en ik kreeg hetzelfde antwoord als 9 jaar geleden. Men was ermee bezig en het was allemaal maar moeilijk te organiseren. Het zal wel zo gaan zoals een collega verwoordde. “Ik denk dat ze uiteindelijk mijn draaginsigne postuum zullen uitreiken”.

Ik weet inmiddels dat een deel van de collega’s dusdanig teleurgesteld is in de voormalige werkgever dat elk contact gemeden wordt en een draaginsigne niet meer zal worden geaccepteerd hetgeen begrijpelijk is, terwijl een ander deel van deze collega’s inmiddels zover is haar eigen draaginsigne te laten ontwikkelen en bekostigen (desnoods met behulp van sponsoren).  Ook nu doet deze groep een stap naar voren waar de werkgever een stap naar achteren doet.

Joschua 10 oktober 2020