Van de veldwachter en zijn appels

Zoals al eerder gememoreerd speelde het leven in mijn jeugd zich veelal buiten af. Je sprak af met je vrienden en was het vaak voetballen of rolschaatsen maar soms moest het avontuurlijker. Je had maar met een ding rekening te houden namelijk direct na het aangaan van de straatverlichting thuiskomen.

We waren met een paar man en zinden op een avontuur. Hennie wist wel wat. Aan het einde van de Bruggertstraat woonde een politieman en die had een bijzondere appelboom in zijn achtertuin. Wat was er nog mooier om daar een paar appels te pikken. Appeltjes jatten bij de kraai, daar was lef voor nodig. Eerst daar maar eens rondgekeken.

Als een groep commando’s nestelden we ons in de bosjes tegenover het huis van de politieman. Het was een vrijstaand huis met zowel links als rechts een laag hekje rond de tuin. Dus over dit hekje was het mogelijk in de achtertuin te komen maar hoe zou dit ongezien kunnen. Door het raam in de erker van de betreffende woning zagen we de besnorde diender zitten aan de eettafel waar hij met zijn vrouw kennelijk genoot van dat wat zij gekookt had. Het duurde allemaal wat lang en een van ons opperde om maar naar huis te gaan toen deze bromsnor opstond en in een comfortabele stoel voor het raam in de erker ging zitten. Een kwartiertje later zagen we dat de man vermoedelijk in slaap was gevallen want met zijn hoofd licht gebogen en met zijn kin op de borst was hij bewegingsloos. Hennie gaf het teken om in beweging te komen.

Achter elkaar aansluipend kwamen we bij het hekje waar een voor een overheen wipten. Muisstil kwamen we in de achtertuin waar de boom met appelen stond. Zo, wat glommen die appels, het leek wel of ze opgewreven waren. Al snel hadden we wat appels te pakken toen de achterdeur werd open gezwiept en een bulderende appel-eigenaar tevoorschijn kwam. Als opgejaagde zebra’s vlogen we over het hekje en stormden de straat over om te ontkomen aan deze boeman. In een ooghoek zag ik hem door de tuin sprinten en aangezien ik toen ook al niet zo snel was vreesde ik de confrontatie. Plotseling hoorde ik een kreet die me achterom deed kijk. De achtervolger was met zijn broek achter een punt van het hekje blijven hangen en was languit in het naastliggende grasveld gevallen. Hij bulderde nog harder maar het was mijn geluk want ik kon ontsnappen.

Iedereen was een kant op gevlucht maar zoals afgesproken troffen we elkaar later weer bij een bankje in het nabijgelegen parkje. Van de appels die we hadden kunnen pakken bleken er nog maar twee over, de rest was in de vlucht verloren gegaan. Gerard had een zakmes en keurig werden de appels in partjes verdeeld, ieder twee stukjes. Gatverdamme wat waren die appels zuur, echt niet te eten maar daarentegen was het een geweldig avontuur hoewel het wel een staartje had want in de spanning volledig vergeten op de straatverlichting te letten en dus een halfuur te laat thuis. Na een preek de directe gang naar bed waar ik nog een tijdje na genoot van dit mooie avontuur.