Tjisse, veteraan maar geen brigadier.

Ik heb af en toe van die sentimentele buien waarbij ik terugdenk aan vervlogen tijden. Zo’n gedachte neemt dan een eigen vlucht. De gedachte komt plotseling op, soms zomaar of door trigger. Dat laatste was het geval toen ik deze week iets las over Veteranen. Ik moest plotseling denken aan Tjisse.

Ik zal hem eerst maar eens voorstellen.

Tjisse ontmoette ik op de politie opleidingsschool ‘de Boskamp’ in Leusden. Tjisse was vele jaren ouder dan ik met mijn ruim 17 jaar. Hij was eigenlijk te oud voor de opleiding maar was op een of ander manier toch toegelaten. Hij was voor hetzelfde gemeentelijke politiekorps op de school als ik. Tjisse werd al snel benoemd als klasse oudste en tevens als school oudste welke taak hij heel serieus nam en waar menig aspirant profijt van heeft gehad. Ik mocht Tjisse zeer, een fijne vent.

Tijdens de opleiding gebeurde het een aantal keren dat Tjisse op de praatstoel zat. Op de kamer met een aantal jongens om zich heen vertelde hij van zijn marinierstijd. Hij kon mooi vertellen over de tijd dat hij als pijper (piccolo speler) speelde bij het tamboerkorps van de Marinierskapel. Maar het kwam ook voor dat hij vertelde over zijn verblijf op Nieuw Guinea. Hij veranderde zichtbaar als hij daarover vertelde en ik zag soms de angst in zijn ogen. Vijandelijk vuur maar ook een bombardement door eigen manschappen had hij meegemaakt, het was voor ons jonge jongens een spannend geheel maar met de wetenschap van nu waren het allemaal zeer traumatische ervaringen voor Tjisse.

Na de school de school te hebben verlaten werden we dienders. Tjisse met een smak levenservaring en ik niets anders dan wat ervaring met puberstreken. We kwamen elkaar regelmatig tegen, ook speelden we samen in het politieorkest. Tjisse was trombonist en best wel een goede.

Uiteindelijk werd Tjisse wijkagent en in mijn ogen ook een hele goede. Iedereen kende hem in zijn wijk en hij had gezag, een natuurlijk gezag zonder opsmuk. We hebben in die tijd een aantal keren samengewerkt en herinner me dat als zeer professioneel en ook met een warme kant voor slachtoffers maar ook voor de toenmalige verdachte.

Omdat hij veel ouder was dan ik maakte ik ook zijn afscheid mee. Een afscheid dat me diep heeft getroffen, zeker door de afscheid speech die hij voor een volle kantine hield. Wat was het geval.

Tjisse verliet de politie als hoofdagent, een rang die hij al snel na zijn benoeming als diender behaalde, mede door zijn leeftijd. Eigenlijk was dat heel vreemd omdat heel veel van zijn collega’s inmiddels waren bevorderd tot brigadier. Ook Tjisse had mijn inziens bevorderd kunnen worden omdat hij de daarvoor benodigde papieren in zijn bezit had. Natuurlijk had hij het met zijn chef daarover gehad en zijn chef wilde die bevordering maar om een mij onbekende reden werd het geweigerd. Maar wat me het hardste trof was het feit dat hij geroemd werd om zijn inzet, inzicht en persoonlijkheid en daarom gevraagd werd of hij als vrijwilliger aan de slag wilde bij de reservepolitie. En werd hem toegevoegd dan was er zelfs de mogelijkheid dat ze hem dan brigadier zouden maken.

Ik heb Tjisse de hand gedrukt en ik heb hem bedankt voor wat hij voor mij heeft betekent en dat er geen enkele brigadier  was die daar aan kon tippen. Ik kreeg een knipoog en verliet met gemengde gevoelens en met het schaamrood op de kaken de kantine waar het afscheid was.

Mede doordat ik werk aan de andere kant van de provincie kreeg hebben we elkaar niet meer ontmoet sinds dat afscheid en jaren later hoorde ik dat hij was overleden. Overleden als hoofdagent maar dan wel een heel goede.

Tjisse, een jonge noorderling die ingedeeld bij de mariniers werd uitgezonden. Die als veteraan terugkeerde naar Nederland en zijn hele persoonlijkheid inzette voor de gemeenschap, een man die altijd gewoon bleef maar een geest uit het verleden met zich meedroeg. Deze man werd voor z’n inzet niet beloond waar het wel had gemoeten.

En als ik dan nu kijk naar die grote organisatie dan zie ik dat er eigenlijk weinig is veranderd. Nog steeds is er geen oog voor de inzet van mannen en vrouwen voor de maatschappij. Daar wordt je toch voor betaald , hoor je dan. En dan denk ik NEE, daar wordt je niet voor betaald, dat kan niemand van je vragen.

Misschien was het geheel van dit geschrevene wel doordrenkt van sentiment, maar in ieder geval geen vals sentiment. En één ding is zeker, hij werd dan geen brigadier maar hij is zeker niet vergeten.

Johan 13-10-20