PTSS en commercie 3-2021

Ik was deze week weer eens ouderwets boos en heb me uitgeleefd in krachttermen en beledigingen. Allemaal binnensmonds, maar toch. Ik geloof dat ik er al eens vaker over heb geschreven, de mee-eters uit de ruif van PTSS-beschadigden. Zij die kans zien om nog een paar euro’s te persen uit de verwonding die PTSS heet.
Bij de aanloop naar en de totstandkoming van de BNMO-afdeling Politie hebben de initiatiefnemers bewust gezocht naar een vrijwilligersorganisatie, waarin de hoofdrol is weggelegd voor de door een beroepsziekte en/of dienstongeval beschadigde. De BNMO bleek een goede partner, zonder verdienmodel of andere commerciële activiteiten. Hoewel we nog steeds bezig zijn om onze plek in de organisatie goed in te vullen, voelen we ons thuis en kunnen we voor een groot deel aan de weg timmeren zoals wij dat willen. Ondersteuning door er te zijn, het bieden van kameraadschap en, daar waar nodig, de verwijzing naar professionals.
Heel mooi dus en dan toch die boosheid.

Allereerst zien we heel veel initiatieven, waarvan een deel charitatief, maar een groter deel commercieel is. En het zit hem in die laatste groep, die koud beweren dat na een paar sessies de man of vrouw met PTSS weer aan de slag kan in hetzelfde beroep en onder dezelfde omstandigheden. Daarbij maakt het niet uit welke diagnose er is gesteld, bijvoorbeeld gestapeld en langdurig blootgesteld aan traumatische ervaringen. Nee hoor, ook dat wordt even snel hersteld. Wel even de knip pakken en afrekenen.
Ik vind het asociaal en onverantwoord.
Terwijl ik dit schrijf, voel ik dat ik weer kwaad word. Net als die keer toen ik benaderd werd door een zelfbenoemde therapeut die wel even wilde aansluiten bij de BNMO-afdeling Politie om de collega’s allemaal weer te genezen. Hij had geen enkel voorbeeld van een succesvolle behandeling en sprak voortdurend over zichzelf. Ik kwam er bijna niet tussen om het gesprek te beëindigen. Ik moest mijn stem verheffen om de aandacht te krijgen en vroeg hem snel of hij wist hoe een Belgische brandweerauto klonk. Nee, was het antwoord, waarop ik de verbinding verbrak en aan de andere kant alleen nog tuut tuut tuut was te horen. Ik was meteen een stuk minder boos. Het was misschien niet erg vriendelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat ik heb voorkomen dat er weer een kwakzalver geld verdient aan een lid van onze BNMO