Politie opleiding, een serieus ding !

Ik zat naast een wat dikke jongen met een zwaar Drents accent die zij dat hij Jakop heette. Aangezien ik ook een behoorlijk accent had voelde ik een band en zo kwam het dat Jakop en ik een beetje aan elkaar bleven hangen.

We werden ingedeeld als klas en werden naar een lokaal verwezen waar we allemaal een stoel en tafel hadden. Jakop naast me en zo’n beetje midden in de klas. Ik keek een beetje rond het was me duidelijk dat ik een van de jongsten was.

De adjunct-directeur zat achter een desk en vertelde over zijn functie en daarna wat er van de studenten, die vanaf dat moment aspiranten heetten, verwacht werd. Op zijn desk stonden zes dikke zwarte boeken gevuld met wedteksten. De boeken hadden ook een naam namelijk Stapel en de Koning, door ons al snel omgedoopt tot Stapelgek en de Koning. De inhoud moesten we zo’n beetje uit het hoofd leren om een examen succesvol af te leggen. Hij had deze woorden nog niet uitgesproken of een van de toekomstige dienders stond en verliet de zaal onder de woorden “dat past allemaal niet in mijn kop”. We hebben de bewuste persoon niet weer teruggezien. Wat later kregen we een slaapplaats, een kast en nog later in de week een uniform. De start van de politieopleiding was begonnen.

De opleiding was begonnen en eerlijk gezegd was het allemaal niet zo boeiend. Het klopte dat we nagenoeg Stapelgek en de Koning uit ons hoofd moesten leren en we hadden veel sport. De sport werd gegeven door een oud-bokser en volleybalcoach. Een korte gedrongen man die beresterk was. Nadat we het judo pak hadden uitgereikt gekregen moesten we verzamelen in de dojo. We zaten lang de randen van de judomat en we leerden hoe we moesten groeten. Ik had er totaal geen ervaring mee en had voldoende aan het rondkijken maar er waren er die kennelijk al wel gejudood hadden want ze hadden een gekleurde band om, terwijl die van mij maagdelijk wit was. De dojo was redelijk ruim en had naast de ingang drie zijden met ramen die in verband met de warmte wagenwijd open stonden. De leraar stond in het midden en keek eens rond. Kennelijk was het hem opgevallen dat er een jongeman was die een bruine band om zijn pak had. Hij vroeg hem naar voor te komen. De jongen stapte de mat op. De leraar groette de jongen door kort te buigen en de jongen deed hetzelfde. De leraar pakte de jongen vast aan diens pak en in een flits vloog hij door de zaal, door het open raam om vervolgens te landen in het gras. De leraar maakte een korte buiging naar buiten en vroeg of er nog meer mensen waren die een band droegen. Dat was niet meer het geval want zij die dat daarvoor nog hadden waren inmiddels allemaal voorzien van de witte band zonder opsmuk. Nadat de onfortuinlijke bruinebander weer binnen was maakte de leraar duidelijk dat in zijn klas iedereen gelijk was behalve hij. We hebben dat goed onthouden.

Ik was geen sporter maar heb me nooit onttrokken aan de lessen, ook niet aan de wekelijkse 5 kilometerloop hoewel het mij zwaar viel, zeker als het deels door het mulle zand ging.

In het begin leek het wel een kleuterschool met dagelijks appel en verplichte studie van 20.00 uur tot 22.00 uur maar naarmate de tijd vorderde werden de regels soepeler en ach je wende ook aan het regime.

Ik sliep met Jakop en drie andere jongens op een kamer. Ook dat was wennen maar meestal was de vermoeidheid zo groot dat slapen geen probleem was. Dat gold trouwens niet voor de jongens op de kamer naast ons. Een wat logge Zeeuw zorgde voor veel onrust op de kamer door onophoudelijk zwaar te snurken. Zo gebeurde het dat ik ‘s nachts werd gewekt door een van de andere kamer of ik hen wilde helpen. Ze waren het gesnurk zo zat dat ze besloten hadden om hem met bed en al buiten te zetten. Voorzichtig tilden we het bed van de lawaaischopper op en verhuisden hem naar de binnenplaats waar het appel altijd plaatsvond.

Wonderwel bleef het slachtoffer luid snurken ook toen wij ons uit de voeten maakten. Het ochtendappel was dit keer heel bijzonder want alle manschappen kwamen min of meer op kousenvoeten en zwijgend het terrein op, elkaar waarschuwend geen geluid te maken. Pas toen de school oudste het commando ‘geef acht’ gaf werd hij wakker en keek knipperend om zich heen en absoluut niet beseffend wat hem was overkomen. Het appel ontaarde in chaos want sommigen lagen te schuddebuiken op de grond terwijl andere ijlings een toilet opzochten om niet in de broek te plassen. De directie bleek gevoel voor humor te hebben want na een korte speech werd er daarna niet meer over gesproken. Dat was niet altijd zo, dat begripvolle.

Het gebouw waar we in sliepen was ingedeeld in kamers waar gemiddeld zo’n 5 jongens sliepen. Er waren wel meisjes (dames) op school maar die sliepen elders, meestal ergens in de kost. Hoewel ik de kamers nooit heb geteld zullen het er zo’n 18 zijn geweest dus in het gebouw sliepen pakweg 90 mannen tussen de 17 en 30 jaar. Dat is heel veel testosteron en dat betekende dat er op een gegeven moment een soort competitie ontstond tussen de kamers onderling. Een aantal keren heeft dit geleid tot geweldige watergevechten waarbij brandslangen werden uitgerold en zakken met water werden gevuld. Je ontkwam gewoon niet aan een nat pak, zeker niet als het warm was. Toch heeft dit een keer geleidt tot een bijna echte vechtpartij. Na een watergevecht werd alles weer gedroogd en gedweild, gewoon met elkaar. Toch had iemand kans gezien om in Jakop z’n bed een aantal natte dweilen te leggen. Nou was Jakop een man van weinig woorden en hij stormde zijn bed uit en de kamer naast de onze in. Hij greep de vermeende verdachte aan de boord van zijn pyjama en tilde hem met een hand op en zette hem tegen de muur terwijl de andere hand met gebalde vuist naar achter bracht om deze vervolgens op de kin van zijn aanstaande slachtoffer te plantten. Gelukkig kon ik hem tegenhouden door met mijn volle gewicht aan zijn arm te hangen en in mijn beste dialect te roepen dat hij moest stoppen. Het lukte en dat was een wondertje want Jakop was een aparte. Ik heb daarna nooit meer iemand lullig zien doen tegen Jakop, ze liepen liever aan hem voorbij.