Opa

Ik had vroeger een Opa en een Pake en dus hoefde er nooit een achternaam bij. Pake (en Beppe) woonde in Friesland en daar kwamen we meestal tijdens de grote vakantie in de zomer. Opa (en Oma) woonde in Enschede en die zagen we elke zondag want dat was gewoonte. Ik wilde wel eens wat opschrijven over Opa want in deze tijd zouden we zeggen: “Die was special”.

Mijn vroegste herinnering aan Opa is mijn bezoek aan de textiel fabriek tegenover het station in Enschede. Een echte fabriek met een poort en een hoge schoorsteen die zwarte rook uitbraakte. Voor die rook was Opa verantwoordelijk, hij was namelijk stoker van de stoomturbines die de overige machines in de fabriek aandreef. Het is eind jaren vijftig van de vorige eeuw en zoals we nu nog vaak zeggen was het een grijze tijd. Arbeiders zwoegden 6 dagen in de week voor een karig loon, de oorlog trok nog sporen zeker in de grensregio en mensen droegen donkere kleding en mannen hadden een hoed op of een pet. Opa was er één met een pet.

Terwijl we voor de ingang staan van de fabriek komt er vanuit Duitsland een grote stoomtrein het station binnen. Stoom en rook vermengden zich en onttrokken in eerste instantie de grote zwarte locomotief aan het zicht. Als de damp is opgetrokken zie ik de locomotief in volle glorie staan. Terwijl ik mijn ogen sluit, terwijl ik dit schrijf, zie ik het beeld voor me, indrukwekkend voor zo’n klein mannetje als ik toen was. Datzelfde overkomt me even later als ik aan de hand van vader het stokersgedeelte van de fabriek binnenstap. Twee grote stookketels en helse hitte en Opa in een overall en met een rode zakdoek om de nek. Met een grote schep smeet hij kolen in het brandende vuur onder de ketels. Het zweet gutst hem van het hoofd en trekt baantjes over zijn beroet gezicht. Hij glimlacht en tilt me op, tja Opa en ik hadden wel wat met elkaar.

Het is wat later in de tijd als Opa tijdens werktijd plotseling de arbeiderswoning binnenstapt. Oma ziet aan hem dat er wat mis is, hij heeft een kwade kop.

Hoewel hij moet zorgen dat de vuren blijven brandden mag er niet gerookt worden tijdens het werk. Op zich is dat  begrijpelijk voor de rest van de fabriek maar daar waar gestookt wordt is het een bizarre regel. Toch werd hij toegepast toen Opa met een shagje in de mond werd aangetroffen door één van de heren van kantoor. Nou hadden ze nog een rekening openstaan met Opa omdat hij een van de stakingsleiders was geweest tijdens een staking eerder dat jaar. Een afrekening volgde, ontslag op staande voet.

Opa was een kille en gooide nog een flinke hoeveelheid kolen op het vuur en meldde zich op het kantoor om zijn loon op te halen. Na een ajuus beende hij weg en ging naar huis.

Een halfuurtje later werd er luid op de deur gebonsd, een bel hadden ze niet. Opa schoof het gordijn voor de deur tegen de tocht opzij en opende de deur. Daar stond één van de zoons van de directeur die zijn vader zou opvolgen en gaf aan dat hij onmiddellijk mee moest naar het fabriek omdat de stoomketel op punt van ontploffen stonden. “Dat zal niet gaan” antwoordde Opa “want ik ben ontslagen en ik had toch al niet zo naar mijn zin”. “Snap je dan niet dat de boel zo de lucht in kan gaan” was het verweer van de directeurszoon. Natuurlijk snapte Opa dat want zo’n stoomketel moet wel z’n stoom kwijt kunnen en ja daar heb je dan weer een stoker voor nodig en als je die dan niet meer hebt, dan heb je een probleem. Opa dacht na en deed het volgende voorstel.

Jullie nemen me opnieuw aan met de garantie dat ik niet meer zomaar ontslagen kan worden, dat ik mag roken op de werkplek en dat ik er netto per uur een dubbeltje erbij krijg (een dubbeltje was voor die tijd een fikse verhoging).

De aanstaande directeur keek zuur maar snapte ook wel dat hij geen keuze had en hapte toe. Opa werd uitgenodigd om in de auto te stappen waarmee de aanstaande directeur was gekomen en zo snelden ze naar het fabriek. Om veiligheidsredenen was de fabriek ontruimd en stonden de arbeiders voor de poort toen de glimmende zwarte limousine daar stopte. Opa stapte uit onder een luid gejuich, stak een shagje in de mond en stak deze aan en wandelde de fabriek binnen. Na een paar handelingen was het gevaar geweken en konden mannen weer aan het werk en Opa ook, maar wel voor een paar gulden meer in de week.