Maatschappelijk erkenning 4-2021

Het schrijven van een column komt meestal voort uit een ergernis of een blijde boodschap. Het is maar net hoe je gevoel bij iets is en of je de juiste woorden kunt vinden om de lezer te doen inzien waar de crux
zit.

Ik heb altijd al stukjes geschreven en velen daarvan staan op mijn blog. Weggooien kan immers altijd nog. Het komt soms voor dat ik ze teruglees om te voorkomen dat ik te vaak en te veel over hetzelfde schrijf.
Zo zag ik dat ik jaren geleden schreef over het medaille beleid bij de Politie en het begrip maatschappelijk veteraan. De eerste keer was in 2011, kort nadat ik voor de eerste keer contact had met een aantal lotgenoten.
De Politieorganisatie kent nauwelijks medaille beleid of andere rituelen. Het was daarom dat ik de afgelopen jaren diverse keren contact had met projectleiders van het project Bijzondere Zorg. Naar verluidt wordt al jaren gewerkt aan de ontwikkeling van medaille beleid, maar – net als de andere projecten van Bijzondere Zorg – lijkt het er niet van te komen.
Het is net zo treurig gesteld met de zoektocht naar middelen om de beschadigde diender een plaats te geven met sociaal maatschappelijke (h)erkenning. Het is absoluut onduidelijk waarom er geen stappen zijn
ondernomen door de organisatie. Het ligt zeker aan de cultuur van de Nationale Politie.
Zoals elders in deze Kareoler te lezen is, heeft het bestuur van de afdeling Politie een eerste stap gezet in het veranderen van de cultuur. En wel door het binnenkort verstrekken van een coin met draagspeld en certificaat. Het roer moet om. De sociale en maatschappelijke erkenning moet vanzelfsprekend worden voor leden van de BNMO-afdeling Politie. Maar niet alleen voor hen, ook voor degenen die geen lid zijn. Elk jaar een dag voor de maatschappelijk veteraan, dat hoeft niet in een dik rapport. Dat kun je gewoon regelen.