Helm in het pad en een motor die niet start!

Jan en ik zaten in dezelfde sectie van de surveillancedienst. We konden goed met elkaar en hadden samen een beetje hetzelfde gevoel voor humor. Ook reden we beiden motor, Jan een BMW en ik een Honda. In het krantje van een Internationale Vereniging vonden we een advertentie over een motorweekeinde voor leden van die vereniging. Het onderkomen was het kasteel in Mheer Limburg en er waren ritten gepland in onder andere de Eiffel Duitsland.

Jan sprak af met de organisatie van het geheel en besprak een slaapkamer voor twee personen. Na een paar weken reikhalzend uit te zien naar het uitje vertrokken we op een vroege morgen richting Zuid-Limburg. Het was een rit doe voornamelijk over de rijkswegen ging en dus niet zo interessant hoewel het niet zo druk was als tegenwoordig, maar ja het waren dan ook de jaren zeventig van de vorige eeuw.

In de loop van de middag reden we Mheer binnen. Dan banden stuiterden op de glimmende kinderkopjes en zo reden we dan ook de binnenplaats van het kasteel op. We waren vroeg want er stonden slechts enkele motoren maar daar kwam al snel verandering in. Eén voor één kwamen ze binnen, glimmende Harleys en rijk versierde Goldwings. De mannen en vrouwen kwamen van heinde en ver. Berlijn, Antwerpen maar ook uit Amersfoort en Woudenberg.

We hadden die dag genoeg gereden en dus werd het tijd voor een versnapering. Limburgse biertjes met af en toe een hartig hapje tussendoor hetgeen dan waar werd afgewisseld met iets zoets. Het was gezellig en ik kan wel stellen dat het tot het nachtelijk uur duurde voordat we het bed opzochten en dan waren we ook nog eens de eersten.

Het was een verrassing te ontdekken dat Jan en ik in een twee persoons bed moesten slapen maar de biertjes hielpen wel om ons daarbij niet ongemakkelijk te voelen. Daarbij kwam dat anderen niet de luxe hadden van een bed maar hier en daar op een matrasje op de gang moesten slapen. Dan was een riante slaapkamer toch een luxe.

We waren snel onder zeil. Ik weet niet hoe laat het was toen ik wakker werd van Jan die het bed verliet om het toilet op te zoeken. De aardappels moesten kennelijk afgegoten worden. In een licht schijnsel van een peertje op de gang zie ik hem de deur doorgaan en ik zie hem veeg maken met zijn been naar iets ronds dat daar op de gang lag. “Wie laat z’n helm nou midden in gang liggen” hoor ik hem mopperen. Tegelijkertijd hoor ik de helm roepen: “Niet tegen men hoofd schoppen gek”. Wat bleek. Een kale mede biker was voor de deur van onze kamer gaan liggen en Jan zag zijn hoofd aan voor aldaar gedropte helm. Gelukkig ging het allemaal niet hard en na wat excuses verdween Jan om wat later zich weer in het bed neer te vlijen.

De volgende morgen bij het ontbijt hebben we er nog even hartelijk om kunnen lachen.

De organisatie was tip top voor elkaar. Een mooie route op papier, de tomtom was nog niet uitgevonden, in een plastic zak op de tank geplakt zo vertrokken we richting de Eiffel. Maar eerst de tank vullen in het dorp.

We hadden besloten om met vieren te rijden. Jan en ondergetekende en twee mensen die we kenden en die bij spoor werkten (SPOPO). Beden reden ze op een Yamaha, de één een oudje en de andere een splinternieuwe. Op de splinternieuwe zat Arie, laten we hem maar zo noemen, dat is handig voor het verhaal.

Ook Arie moest tanken en zette zijn motor op de bok bij het tankstation. Al snel waren de motoren gevuld tot aan de rand van de tank en konden we verder. Even drukken op de elektrische starter en al snel bulderde het behalve dan de spiksplinternieuwe Yamaha van Arie. Je hoorde de startmotor wel draaien maar hij pakte niet zoals we dat in Twente zeggen. Wat hij ook probeerde de motor sloeg niet aan. Al snel werd de conclusie getrokken dat er iets kapot moest zijn of vuil in de carburateur of iets met bougies. Na kort overleg zou ik terugrijden naar het kasteel waar een monteur aanwezig was, die moest er maar even naar kijken. Tegenwoordig pak je voor zoiets je mobiel, maar ja die hadden we toen nog niet.

Een 20 minuten later laat Arie horen dat de startmotor het doet na het indrukken van de startknop maar dat de motor niet aanslaat. Ik hoor de monteur iets binnensmonds mompelen en hij begint alvast een aantal zijplaten van de motor af te halen. Schroeven en moeren worden netjes in volgorde neergelegd en op het moment dat de monteur de carburateur wil demonteren hoor ik de man van de pomp vragen of de rode schakelaar niet in het midden moet staan. En ja hoor, blijkt dat de dodemansknop verschoven is. Arie zet de knop goed en drukt op de startknop. Vroemmm gelijk het goede geluid. Snel werden de schroefjes, moeren en platen in de juiste volgorde op de nieuwe Yamaha gemonteerd en konden we onze weg vervolgen.

Natuurlijk hebben Jan en Arie nog jaren moeten horen dat je nieten helmen mag schoppen en dat voordat je je motor laat demonteren het handig is om even te kijken of de dodemansknop goed staat. Toch was het een onvergetelijk weekeinde, ik denk er nog geregeld aan.