Gesprek met de korpschef 4-2018

Het is sowieso al geen pretje om arbeidsgehandicapt te raken en al helemaal niet als het een posttraumatische stress-stoornis betreft. Je ziet het niet aan de buitenkant en eigenlijk wil je ook niet dat het opgemerkt wordt, maar toch moet je met de billen bloot om de beroepsgerelateerdheid af te dwingen. Daar waar je zorg verwacht, ook na ziekteontslag, is het vaak het gevoel van onbegrip en ambtelijke futiliteiten. Moeilijke procedures om kosten voortvloeiende uit de beroepsziekte vergoed te krijgen en het spoor volledig bijster raken wie nu binnen de organisatie jouw aanspreekpunt is.

Het afdelingsbestuur van de BNMO Politie heeft inmiddels een eerste gesprek met korpschef Erik Akerboom achter de rug, een gesprek waar ik naar uitzag, maar van tevoren ook van wakker heb gelegen. Dat daar de vaak negatieve berichtgeving op social media een rol in speelde, kan ik niet ontkennen. Toch was het een fijn gesprek waarbij de belangstelling van de korpschef onmiskenbaar was en hij, tegen mijn verwachting in, gedetailleerd op de hoogte was van de meer dan stroeve verhouding tussen de doelgroep en het korps. Uit zijn woorden was duidelijk op te maken dat ook hij daar niet gelukkig mee was.

Nee, er waren geen toezeggingen dat het allemaal snel beter zou gaan, maar dat er structureel iets moest veranderen, was wel duidelijk. Er ligt een beeld voor de (nabije) toekomst waarin de wensen van de BNMO Politie inbedding gaan krijgen in het korps, omdat die wensen ook leven bij de korpsleiding. Het is ook niet alleen de korpsleiding die aan zet is, maar ook het overleg van de vakbonden met de korpsleiding evenals de medezeggenschap. Want structureel iets veranderen, doe je samen. Dat wisten we bij de BNMO natuurlijk allang. We hebben niet voor niets het motto ‘Samen sta je sterk’.