De wondere wereld van de bondsraad 5-2021

Ik heb het nu een paar weken aangekeken en wel met een steeds meer stijgende verbazing. Volwassen mannen en vrouwen die gezamenlijk er verantwoordelijk voor zijn (hoogste orgaan in de vereniging) dat het hoofdbestuur is afgetreden. Waarom zeg ik ‘verantwoordelijk’, omdat ze onderling niet in staat zijn geweest om het aftreden te voorkomen. Ik denk zelfs dat een aantal afdelingen erop gestuurd heeft. Dit zegt iets over onmacht en gebrek aan bestuurlijke ervaring.

Op dit moment stevent de BNMO af op een rigoureus einde en dat na 75 jaar na oprichting. Een mijlpaal. Misschien moet ik even verklaren waarom ik dat einde zie.

Als we even aannemen dat we het als een feit zien dat het hoofdbestuur ermee stopt dan is het aan de bondsraad hierin een oplossing te zoeken. Echter een oplossing is pas voorhanden als je grondig hebt gekeken waarom het mis is gegaan. Het heeft dus geen enkele zin om bij elkaar te gaan zitten en te zoeken naar een nieuw hoofdbestuur. Laten we wel zijn, geschikte kandidaten zullen te rade gaan bij het oude hoofdbestuur en het laat zich raden wat het gevolg is. Ik schat in dat geschikte kandidaten geen enkele behoefte hebben om zich te begeven in een wespennest. Is daar sprake van? Jazeker.

In de loop der jaren is er binnen de afdelingen en vooral onder personen ergernis ontstaan dat uiteindelijk heeft geleid tot wantrouwen. Ook tussen personen en leden van het voormalig hoofdbestuur is wantrouwen ontstaan. Door dit onderling wantrouwen voelen mensen zich beschadigd en is er groepsvorming ontstaan. Groepen die proberen om met gezamenlijke standpunten en tactieken de anderen uit te spelen. En met een bondsraad waarin dit speelt willen we nu een nieuw hoofdbestuur kiezen en overgaan tot de orde van de dag, ik geloof daar niet in.

Jarenlange bestuurservaring zegt mij dat dit niet de oplossing is. Ook de formele weg van het volgen van statuten en het wijzen op rechten en plichten gaat niet bijdragen aan een oplossing zolang er onderling wantrouwen heerst.

In de mailwisselingen naar aanleiding van de te organiseren Bondsraad gaat het voornamelijk over de formele kant van de zaak maar niet over dat wat er daadwerkelijk aan mankeert namelijk een gebrek aan onderling vertrouwen.

Het is mij een doorn in het oog dat we heel snel op zoek gaan naar een nieuw hoofdbestuur terwijl we niet hebben onderzocht waarom ‘de stelligheid van aftreden’ van het hoofdbestuur. Dit is niet een beslissing geweest die je makkelijk neemt en er moet het nodige gebeurt zijn wat heeft gemaakt dat deze beslissing is genomen.

In ieder geval is mij duidelijk geworden dat bewuste persoonlijke beschadiging van hoofdbestuursleden uiteindelijk de doorslag heeft gegeven bij het nemen van het besluit. Het kan er bij mij niet in, dat zal de oude rechercheur in mij zijn, dat dit alles niet eerst wordt onderzocht.

Een kleine analyse leert nu al dat er in ieder geval drie afdelingen zijn die zware oppositie hebben gevoerd tegen het hoofdbestuur. Hoe kan het zijn dat we zonder hen gehoord te hebben over deze oppositie over gaan tot het zoeken naar een nieuw bestuur waarbij het niet ondenkbaar is dat de geschiedenis van oppositie zich vrijwel direct herhaalt.

Het zou getuigen van moed en inzicht in eigen vermogen indien leden van de bondsraad die medeverantwoordelijk zijn voor de chaos waarin we nu zitten de vinger op zouden steken om te melden dat ze niet langer bestuurslid zullen zijn en hun verantwoordelijkheid overdragen aan anderen. Dat zou rust geven en kan er gewerkt worden aan de toekomst van de BNMO. Zo niet dan is het aan de bondsraad zich uit te spreken of en hoe men verder wil nadat er een gedegen onderzoek naar het aftreden van het hoofdbestuur heeft plaatsgevonden.

Ik wil afsluiten met een oud gezegde: “Diegene die zeggen dat het niet kan zouden diegene die het doen niet in de weg moeten staan”. Misschien dat het DE mogelijkheid is om de BNMO voort te zetten en de volgende generaties de mogelijkheid te geven het 100 jarig bestaan te vieren.