De dag na gisteren

Ik ben een paar dagen alleen thuis, althans als mens want de dieren zijn er gewoon hoor. Alleen vrouwmens is een paar dagen weg dus ik moet het alleen rooien. Het gaat me best wel goed af, wel alles in eigen tempo en veel rock and roll via de mac maar ook van momenten van stilte. Er ontstaat een soort cadans in mijn hoofd door de zacht brommende koelkast en de suizende tinnitus. Het is 10 juni en vandaag is de trekking van de staatsloterij, niet dat ik een lot heb maar ja de tiende van de maand kan het gebeuren. Wat ook gebeurt is de herdenking in de ‘Tuin der bezinning’ in Warnsveld.

Ik ben er vaak geweest als muzikant om stemmige muziek te spelen tijdens de herdenking maar ook om te voelen hoe het was als er weer een collega was omgekomen en dit een directe relatie had met het werk bij de politie. Emotionele momenten, zeker daar waar het gaat om bekenden of situaties die jezelf ook mee hebt gemaakt.

Ik kon niet altijd de moed opbrengen om aanwezig te zijn bij het ten grave dragen van omgekomen collega’s maar bij een aantal wel. Het was de maatschappelijk betrokkenheid, het kameraadschappelijke en soms de boosheid die al die dienders, die een erehaag vormden naar de laatste rustplaats van de betrokkene, dat elkaar verbond. Dat maakte aan de ene kant het verdriet groter maar aan de andere kant ontstond er zo ook een gevoel van trots en eenheid.

Als ik op mijn klokje kijk weet ik dat het ereveld inmiddels is leeggestroomd en we overgaan naar de orde van de dag maar ik kan het nog niet loslaten en mijmer nog een tijdje.

Ik ben nog even met mijn gedachten in de tuin en zie grote stoere politiemensen vechtend tegen de tranen of zelfs de tranen de vrij loop laten als ze namen prevelen die in de roestvrij stalen banden staan. Ik sla de arm om een van hen. “Ik was erbij Johan, ze had geen enkele kans” snikt hij. Ik weet het, zoals ik van heel veel van die namen weet wat er is gebeurt en waarom die namen in de banden zijn gegraveerd. Ik weet nog veel meer en ken nog veel meer namen die in die banden hadden kunnen staan. Collega’s die dusdanig zwaar beschadigd waren dat ze zelf het initiatief namen om er niet meer te zijn. Beschadigd door werkzaamheden voor de maatschappij als politiemens en dusdanig dat het teveel werd en er nog maar één weg open stond.

Het is de dag na gisteren en ik ben monter uit bed gestapt en na een verkwikkende douche pak ik mijn tas in om een paar dagen op stap te gaan. Vrouwmens komt vandaag thuis dus ik kan zonder zorgen naar Doorn, naar het Veteranen Instituut. In een driedaags programma ga ik een aantal collega’s ontmoeten die, beschadigd door de dienst, gezamenlijk activiteiten gaan ondernemen en even ontsnappen willen aan de druk van alle dag. Sommigen nemen hun partner mee anderen komen alleen, maar allemaal met gelijksoortige ervaringen die hen mentaal beschadigde. Het is voor mij de eerste keer en ik hoop dat ik het kameraadschappelijke tegenkom zoals ik het altijd heb gevoeld bij de ‘Hermandad’. Zeg maar een soort thuiskomen tussen de Politie Veteranen.