Afkijken 1-2020

We zijn er alweer aan gewend op het moment dat we een datum moeten noteren, het jaar 2020. Als ik dit stukje schrijf, zitten we nog in het oude jaar. Wel aan het einde en net als de media kijk ik terug op 2019.

De BNMO-afdeling Politie heeft een goede positie ingenomen door het aantrekken van nieuwe leden. Vooral jonge leden, elk met hun eigen sores. Inmiddels niet alleen maar dienders met PTSS, maar ook collega’s met blijvend lichamelijk letsel na een dienstongeval. Ik kijk nog even op de ledenlijst en zie het getal 300 staan. En er staan er nog meer op de nominatie om toe te treden tot de afdeling.

Mijn inschatting is dat dit voorlopig ook wel de trend zal zijn: groeien. Het was een vreemd jaar, vol met tegenstellingen. We draaiden mooie programma’s die in de evaluatie geweldig werden gewaardeerd en zelfs door de Nationale Politie werden ingekocht om te gebruiken binnen de eenheden. Toch kwam diezelfde Nationale Politie keer op keer niet al best in het nieuws. Dat is vaak een trigger voor de aan de kant staande en beschadigde politiemens. Wat dat betreft is er weinig besef van wat de beeldvorming over de politie doet met een groot deel van onze leden. Zeker als het hen ook nog eens aan gaat, zoals het voeren van rechtszaken omtrent de afhandeling van opgelopen schade ten gevolge van een beroepsziekte of dienstongeval. Wat dat betreft mag er in 2020 wel wat drastisch veranderen.

Toch ben ik hoopvol gestemd, omdat er zo langzamerhand verbeteringen zichtbaar worden. Zoals ik al eerder schreef, blijft het blauwe bloed (de kleur van het oude pak) stromen door de aderen van de oud-diender en is hij of zij nog steeds trouw aan het oude vak. Helaas is dat niet altijd wederzijds als het gaat om begrip en trouw van de nationale politie naar hun oude werknemer. Na het medisch ontslag wordt veelal de navelstreng naar de organisatie doorgesneden en zijn alle contacten weg. Mensen die hun leven in de waagschaal hebben gelegd om de maatschappij te dienen, blijven achter met hun trauma’s en/of hun schade. Goed beschouwd is dat onbehoorlijk. Ik heb nogal wat contacten in de wereld van de beschadigde oud-dienders en ik zie een grote behoefte aan erkenning. Ik bedoel dan geen geldelijke genoegdoening (afkopen). Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom er niets is voor de genoemde mensen.

Kijken we naar Defensie, dan zijn er allerlei mogelijkheden tot decoratie. Als je als Nationale Politie jaren moet nadenken over het medaillebeleid, dan neem je je mensen niet serieus en blijkt ook op dit onderdeel de organisatie elke vorm van medeleven te ontberen.

Ik hoop op mijn ongelijk en dat er op dit terrein snel iets gaat veranderen. Misschien is 2020 daar wel een heel goed jaar voor. Neem een voorbeeld aan de mogelijkheden die binnen Defensie zijn weggelegd voor de veteranen: een eigen dag, ontmoetingscentra, een Veteraneninstituut met loket en ook nog herkenbaarheid door het dragen van een veteranenspeld.

Een advies aan de Nationale Politie: kijk eens bij Defensie in de keuken en probeer niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden. Het is niet zo moeilijk.