Bel op de fiets.

Zoals het voorgaande verhaaltje doet blijken kon er vroeger, zegt de inmiddels belegen schrijver dezes, veel. Het was een beetje een spel dat je speelde waarbij de slachtoffers rijkelijk werden gecompenseerd. Als je een geintje uithaalde moest dat niet ten koste gaan van iemand. Een voorbeeldje.

Misschien dat het nu niet meer is voor te stellen maar een politieman was een opsporingsambtenaar in algemene zin. Hij kende de meeste wetten en regels en handhaafde deze. Zo moest een fiets een deels wit achter spatbord hebben en een bel die op 25 meter afstand duidelijk hoorbaar was.

De op het oog keurig uitziende man reed enigszins voorovergebogen op zijn fiets als of hij tegen de wind in fietste hoewel het windstil was. Bert die naast me zat merkte op dat de man geen bel op zijn fiets had en dat hij graag een controle wou doen. Ik stopt de dienstwagen even verderop en Bert stapte uit en gaf de naderende fietser een stopteken. Dat man stopte en vroeg of iets aan de hand was, met een beetje een geaffecteerde stem. Ik stond er inmiddels ook bij en er ontspon zich een gesprek dat ongeveer als volgt verliep.

Bert: ”Ik zie dat u geen bel op de fiets heeft die op 25 meter afstand duidelijk hoorbaar is”.

Man: “Eh, ja eh dat klopt, hij was kapot en toen heb ik hem eraf gehaald”.

Bert: “Maar hoe waarschuwt u dan het overige verkeer als er gevaar dreigt?”

Man: “Dan roep ik wel Pas Op !”

Bert: “Dat kan wel, maar dat is niet overeenkomstig de wet. U hoort te bellen”.

Man: “Ik vind het een beetje kinderachtig dit”.

Bert: “De wet is er helder en het heeft niets met kinderachtigheid te maken. Bellen is bellen”.

Man: “Dan roep ik wel tingelingelingeling”.

Bert: “Dat is beter maar het moet wel op 25 meter duidelijk hoorbaar zijn”. Terwijl dat zegt zie ik hem omdraaien en wegbenen van de fiets met grote stappen en deze stappen hardop tellend. Nadat hij zich om heeft gedraaid in de richting van de fietser hoor ik hem zeggen: “Dit is 25 meter, kunt u nog een keer tingelingeling roepen.” Man: “Moet dit nou? Vooruit dan………. Tingelingelingeling.”

Bert: “Ik heb het niet goed kunnen horen. Het moet duidelijk op 25 meter hoorbaar zijn”.

De man in inmiddels een beetje rood aangelopen en roept iets harder tingelingelingeling maar Bert is nog niet tevreden en uiteindelijk schreeuwt de man uit volle borst

”TINGELINGELINGELING”.

“Dat was ‘m meneer”, hoor ik Bert zeggen. “Zo is het voor elkaar, ik wens u nog een prettige reis verder”.

Bert en ik stappen in de auto en voordat ik wegrijd kijk ik Bert aan en ik hoor hem zeggen:

“Zo die gaat nu eerst naar de fietsenmaker een bel kopen”.